Atletische Rijkunst
Atletische Rijkunst
Monique de Rijk
Leermogelijkheden
Pirouettes
De Atletische Rijkunst maakt onderscheidt tussen de renvers en de travers pirouettes.
De pirouettes vinden dus ook hun oorsprong in de oefeningen renvers en travers. Wanneer deze oefeningen voldoende bevestigd zijn en het paard is er aan toe om zijn horizontale evenwicht meer te gaan verplaatsen naar de achterhand, dan worden o.a. de pirouettes gebruikt om dit te bereiken.
Bij de travers pirouettes in galop wordt de stuwkracht afgenomen en draagt het paard bijna al zijn gewicht met sterk gebogen achterbenen. Beide achterbenen worden daardoor behoorlijk belast en het paard dient veel lengtebuiging aan te nemen.
De voorhand maakt hierbij een cirkel om de achterhand heen.
Door de travers op de volte steeds verder door te sluiten ontstaat uiteindelijk de travers pirouette. Hierbij is het van groot belang geleidelijk aan te werk te gaan en te leren voelen of het paard klaar is voor deze zware arbeid. Impulsverlies is o.a. een teken dat het paard de oefening van achter nog niet aankan.
De renvers pirouette is het tegenovergestelde. Daarbij maakt het paard met de achterhand een cirkel om de voorhand heen.
Deze pirouette wordt vooral aangeleerd om het paard te leren met impuls, sprong en ritme te blijven galopperen. In stap en draf leert het paard om met het buitenachterbeen ver onder te treden, ondanks de tegenovergestelde buiging.
De renvers pirouettes ontstaat door deze oefening op de volte verder door te sluiten.